Het verhaal van de Koh-I-Noor

De KOH-I-NOOR is de oudste der beroemdste diamanten op deze wereld. De geschiedenis van de KOH-I-NOOR gaat zo ver terug in de geschiedenis als meer dan 5000 jaar. De huidige naam van de diamant, KOH-I-NOOR, is Persisch en betekent 'Berg des Lichts'. Dit verhaal vertelt de hoogtepunten uit de roemruchte en door bloed bezoedelde geschiedenis van de KOH-I-NOOR: lees en huiver!

Tot 1500

Al meer dan 5000 jaar geleden werd de diamant voor het allereerst gevonden en in een Sanskrit epos, het Mahabharata, genoemd. Vervolgens volgt een periode in de geschiedenis waarin de diamant niet genoemd wordt. Dit duurt ruim 4000 jaar, totdat de diamant zo'n 700 jaar geleden weer werd ontdekt op de oever van een Indische rivier, dichtbij de Ganges. Sommigen zeggen dat het de Godavari rivier was, anderen de Djoumna rivier. De diamant had toen een gewicht van 787 karaat.

Volgense de legende werd dichtbij de diamant een net geboren baby gevonden. Deze baby zou Prins Kama zijn, de zoon van Sourja (de Zonnegod) en een prinses. De diamant verdween in de drukte van het gevecht, maar een vrouw vond hem en heeft hem aangeboden aan de Shiva tempel. Daar versierde hij het voorhoofd van de god in plaats van het derde oog. Shiva kondigde het volgende aan: "Hij, die de diamant bezit, zal heersen over de wereld, maar zal met onheil te kampen hebben, omdat alleen een god of een vrouw hem ongestraft mag dragen."

In 1304 was de diamant in het bezit van Sultan Ala-ad-Din, de Rajah van Malwa, maar hij had toen een andere naam.

Babur

In 1526 viel de Mogul-heerser Babur India binnen. Daar veroverde hij de sultanaten van Delhi. Als dank voor het niet plunderen van het land van zijn vijanden werd Babur de diamant geschonken door de familie van Sultan Ibrahim Lodi. Babur beschreef de diamant in zijn dag boek als vogt: "Hij is zo waardevol, dat men ermee de helft van de dagelijkse kosten van levensonderhoud van de hele wereld zou kunnen betalen."

Babur
Babur Aurangzeb

Een van de nakomelingen van Babur, Aurangzeb, beschermde de diamant vol overgave en gaf hem door aan zijn erfgenamen. Mahamad, de kleinzoon van Aurangzeb, was echter niet zo'n angst inboezemend en groot heerser als zijn grootvader.

Nadir en Mahamad

De Persische generaal Nadir, die zichzelf Sjah noemde nadat hij naburige landen had veroverd, vertrok in 1739 naar India. Hij wilde de troon veroveren, die verzwakt was gedurende de heerschappij van Sultan Mahamad. De Sultan verloor het beslissende gevecht en moest zich overgeven aan de eisen van Nadir. Deze liet hem het leven, maar nam een geweldige buit ter compensatie. Verassend genoeg behoorden de juwelen waarin de diamant geplaatst was niet tot de buit.

Toen Sjah Nadir van de diamant hoorde, besloot hij hem in zijn bezit te krijgen. Hij liet er overal naar zoeken, maar de diamant was niet te vinden. Totdat een vrouw uit de harem van van de Indische Mogul verraadde dat Mahamad de diamant verstopt hield in zijn tulband.

Nadir had weliswaar zo de tulband kunnen bemachtigen of Mahamad gelijk laten onthoofden, maar een dergelijk gruwelijke daad stond niet in overeenstemming met zijn plannen. Nadir was zelf van lage afkomst. Hij had besloten het aanzien van zijn familie te vergroten door een van zijn zonen uit te huwelijken aan de dochter van Mahamad. Het vermoorden van de toekomstige schoonvader van zijn zoon, zou duidelijk tegen de etiquette zijn, zelfs in die tijd waar men over moord niet moeilijk deed. Nadir moest dus een list verzinnen.

De gelegenheid deed zich voor bij een groot staatsbanket, dat gehouden werd ter ere van het huwelijk van Nadir met de prinses van de keizerlijke familie en het huwelijk van de zoon van Nadir met de dochter van Mahamad. Nadir hield een uitbundige lofrede over Mahamad. Aansluitend stelde Nadir voor om, in het kader van vriendschap en wederzijds respect, hun tulbanden uit te wisselen. Een weigering was volgens de geldende gewoonten en gebruiken onmogelijk, dus stemde Mahamad in en vond de uitwisseling plaats.

Na het banket, toen Nadir weer is zijn residentie was, ontrolde hij de tulband, waaruit de glimmende diamant viel."Oh KOH-I-NOOR (Berg des Lichts)," riep Nadir uit. Sindsdien is KOH-I-NOOR de naam van deze diamant. Nadir had echter niet lang geluk van de diamant. Hij werd door een van zijn eigen hofdienaren vermoord.

Bloedige wisselingen

De KOH-I-NOOR wisselde in de tijd daarna nog vaak de handen van verschillende bezitters. Menigeen noemt daarbij een satanische Sultan of een stoutmoedige avonturier. Van bloedvergieten was bij deze wisselingen bijna altijd sprake. Een eerste voorbeeld daarvan. Een bezitter van de KOH-I-NOOR moest 'overtuigd' worden - zonder succes overigens - om de plek te vertellen waar hij de diamant verborgen had. Hiertoe werd rond zijn hoofd een gipsen schaal aangebracht en hierin goot men kokende olie. Een tweede voorbeeld daarvan. Een andere bezitter van de KOH-I-NOOR werd door zijn eigen broer de ogen uitgestoken en in een kerker opgesloten. Deze broer werd echter op zijn tijd door een derde broer eveneens de ogen uitgestoken en verbannen. Dit alles uit hebzucht naar de KOH-I-NOOR.

Leeuw van Penjab

In 1813 bevond de KOH-I-NOOR zich weer in India, in de handen van Ranjeet Singh, ook bekend als de 'Leeuw van Penjab'. Wanneer hij naar de waarde van de diamant werd gevraagd, antwoordde hij: "Neem vijf dappere mannen. Laat de eerste een steen naar het Noorden gooien, de tweede naar het Oosten, de derde naar het Zuiden, de vierde naar het Westen en de vijfde in de lucht. De ruimte daartussen gevuld met goud is niet voldoende om de waarde van de KOH-I-NOOR aan te geven." Hij had om het bezit van de diamant een oorlog gevoerd en liet de diamant in een emaile gouden armband zetten, die in zijn schatkist bleef tot jaren na zijn dood in 1839. In de tussentijd is de In de tussentijd is de KOH-I-NOOR rudimentair gepolijst en had hij een gewicht van ongeveer 186 karaat.

Indische Compagnie

In 1849, na de verovering van het Penjab-gebied door de Britten, vonden ambtenaren van de Indische Compagnie de KOH-I-NOOR in de schatkamer van de stad Lahore. Ze namen de diamant (en alle andere schatten) in beslag als schadevergoeding voor de kosten, die ontstaan waren door een oorlog tegen een leger van Sikhs. De Sikhs waren het niet eens met de aanspraak van de Britten op heerschappij in India.

Sir John Lawrence

Wat daarna met de KOH-I-NOOR gebeurde, vertelde Sir John Lawrence, de latere generaal-gouverneur van India, altijd gnuivend ter vermaak aan zijn vrienden. Hij vertelde: "Ja, heren, dat was als volgt! Als piepjonge officier werd ik als onderhandelaar naar de Sihks gestuurd, die mij de diamant in een eenvoudige, gedeukte blikken doos overhandigden en die ik onverschillig en achteloos in m'n zak stak. Ik zag in de overhandiging van de diamant een hoffelijk gebaar. Van het bijgeloof, die om hem heen hing, had ik sowieso geen hoge dunk. Nonsens, sprookjes. Ik dacht niet meer aan de diamant. Na weken kwam uit Londen de vraag of ik enig idee had van de verblijfplaats van de diamant. Had ik niet. Daarom schreef ik terug: Nee! Al snel kwam de tweede brief, dringender: Verdomme! De Oost Indische Compagnie, waarbij ik in dienst was, wilde de diamant de Koningin als geschenk aanbieden. Maar waar was hij? Na enig nadenken bedacht ik, wat ik volledig vergeten had. Er was toch die komische blikken doos, die een een of andere zak bevatte, die met de Indische mytologie samenhing. Maar waar was die blikken doos? Met de beste wil van de wereld kon ik het me niet herinneren, dus riep ik mijn Boy Number One en gaf hem de opdracht te zoeken. Natuurlijk nam de knaap zijn tijd. Daar kwam al het derde schrijven uit Londen, deze keer door minister-president Lord Palmerston persoonlijk ondertekend: Waar blijft de KOH-I-NOOR? Nu werd het ernst! Ik doorzocht zelf al mijn kostuums, het hele huis, maar ik kon niks vinden. Mijn Boy Number One, in de hoek gedreven, herinnerde zich tenslotte een 'stuk glas' in een oude blikken doos. 'Je hebt dat glas toch niet weggegooid?' kreunde ik. Beledigd antwoordde hij: 'Ik gooi nooit iets weg!' en bracht me naar een schuurtje, waar hij een kist met gereedschap bewaarde. Uit de warboel van tangen, hamers, nagels etc. trok hij na lang zoeken met een triomferende grijns de oude gedeukte blikken doos eruit. Ik trok de deksel eraf en ademde uit. Niet eens ingewikkeld, lag daar de beroemdste diamant van India, deKOH-I-NOOR, de Berg des Lichts. Maar dat hij zo beroemd en waardevol was, dat had ik toen pas net ervaren."

Queen Victoria

Maar het drama rondom de KOH-I-NOOR was nog niet ten einde. Hij werd als geschenk aan Queen Victoria, eveneens keizerin van India, naar Londen gebracht. Op 3 juni 1850 werd de KOH-I-NOOR aan haar overhandigd. De diamant werd tentoongesteld te Londen in het St. James's Palace in 1850 ter gelegenheid van de 250e verjaardag van de oprichting van de Indische Compagnie. Een jaar later werd hij tentoongesteld in het Crystal Palace. Iedereen was echter behoorlijk teleurgesteld vanwege het slechte slijpwerk: groffe facetten en een doffe glans. De 'Berg des Lichts' zat niet vol leven, zoals de nieuwe briljanten die in die tijd werden geslepen. Queen Victoria besloot daarom in 1852 om de KOH-I-NOOR opnieuw te laten slijpen, in de hoop dat hij dan meer innerlijk vuur zou tonen.

De Nederlander Voorzanger

Deze hekele opgave werd met een ceremoniële zorgvuldigheid begonnen, die normaal plaatsvindt bij de begoorte van een troonopvolger. Geadviseerd door de hofjuwelieren besloot Queen Victoria in welke vorm en welke stijl de KOH-I-NOOR nu geslepen moest worden. Er werd een stoommachine van vier paardekrachten gebouwd. Prince Albert legde de diamant in de houder, waarin de steen geslepen zou worden en de Duke of Wellington zette de stoommachine aan. Een gerenommeerde diamantslijper uit Amsterdam, van wie alleen de achternaam Voorzanger bekend is, begon aan de zware opgave. Voorzanger werkte 38 dagen van twaalf uur aan deKOH-I-NOOR. De diamant werd geslepen in een ovale vorm en het gewicht werd teruggebracht tot 108,93 karaat. Maar toen hij klaar was, wilde de KOH-I-NOOR niet feller stralen als ervoor.

Koh-i-Noor voor en na het slijpen
De KOH-I-NOOR voor (links) en na (rechts) het slijpen door Voorzanger in 1852

Queen Victoria verbande de KOH-I-NOOR naar een juwelenkistje in Windsor Castle. Zij droeg de diamant af en toe verleden van de KOH-I-NOOR liet zij in haar testament bepalen dat deKOH-I-NOOR alleen door een staatshoofd gedragen kon worden als het een vrouw was. Als het staatshoofd een man was, dan zou zijn vrouw hem moeten dragen. Na haar dood werd deKOH-I-NOOR onderdeel van de Kroonjuwelen.

Kroonjuweel

Na 59 jaar werd de KOH-I-NOOR voor het eerst ingezet in de kroon die Queen Mary droeg bij haar kroning in 1911. In 1937 werd de diamant ingezet in de koninklijke kroon die werd gemaakt voor de kroning van Queen Elizabeth tot Queen Consort, nu Queen Elizabeth The Queen Mother.

Koh-I-Noor in de kroon van Queen Elizabeth Queen Elizabeth II
De KOH-I-NOOR in de kroon van
Queen Elizabeth II
Queen Elizabeth II

De kroon is gemaakt uit platinum en bevat meer dan 2.800 diamanten. Het meerendeel daarvan is afkomstig uit een diadeem van Queen Victoria. De KOH-I-NOOR is de grote diamant die aan de voorkant is ingezet. DeKOH-I-NOOR maakt nu nog steeds deel uit van de Kroonjuwelen in de Tower of London.

Het heden

Kort geleden heeft het Indische Parlement de KOH-I-NOOR officieel terug gevraagd. Het moge duidelijk zijn dat het lange, roemruchte drama rondom de KOH-I-NOOR nog niet afgelopen is!

Huidige Koh-i-Noor
De huidige KOH-I-NOOR

© Copyright Koh-I-Noor.